02-02-07

Tot hier en niet verder

30-01-2007 - Nahed Selim - Trouw

30885_4823_1164119273044-12_2006_Nahed_Selim2Vaak protesteren mensen tegen de term islamitisch terrorisme”, schrijft Nahed Selim. Het ene, denken velen, heeft niets met het andere te maken. De woordcombinatie trekt vermoedelijk te zeer een wissel op hét ideaal van de autochtone Nederlander, datgene waarmee hij zich het liefste identificeert: tolerantie.”





In 1999 werd er voor het eerst openlijk en serieus gedebatteerd over de grenzen van de tolerantie. Een aantal moslims had geweigerd een vrouwelijke wethouder een hand te geven en klaagde zelfs het gemeentebestuur aan wegens discriminatie omdat die geen genoegen nam met hun handelwijze.

1101388778440

Jaren later toonde minister Verdonk haar ongenoegen, toen een imam weigerde haar de hand te schudden. Veel goedbedoelende Nederlanders zagen de reactie van de minister als een uiting van intolerantie. Maar klopt dat?

Il faut tolérer tout le monde, sauf les intolérants”, was het antwoord van de naar Rotterdam gevluchte Franse hugenoot Pierre Bayle (1647-1706). Je moet iedereen verdragen, behalve de onverdraagzamen.

Spinoza (1632-1677) pleitte juist voor tolerantie jegens alle mogelijke meningen op politiek, filosofisch, religieus en wetenschappelijk gebied, als remedie tegen het dogmatische denken.

Deze vorm van tolerantie werd door de meeste Nederlanders als volgt uitgelegd: je loopt langs elkaar heen, sluit de ogen voor wat er misgaat, en je stelt geen eisen. Die interpretatie van het begrip is nog steeds wijdverbreid.

Zelfs het leren van de taal werd in Nederland lange tijd gezien als de individuele keuze van de vreemdeling. Aangemoedigd werd het allerminst. Wilde de vreemdeling geen Nederlands leren, dan was dat geen enkel probleem. De overheid voorzag met alle liefde in tolken en vertalers die geheel gratis de communicatie met de officiële instanties verzorgden.

Zelf heb ik nooit begrepen waarom er zo weinig animo was om de taal te leren. Het leek me niet meer dan logisch. Maar de meesten dachten er anders over. Pas veel later groeide de overtuiging dat deze vertroetelende benadering van allochtonen alleen maar leidde tot het vergroten van hun achterstand. De lessen in de ’eigen taal en cultuur’ op basisscholen werden opgeheven, er kwam meer nadruk te liggen op integratie. Maar het zou nog jaren duren voordat het idee van de verplichte inburgering voldoende politieke draagvlak vond.

Recentelijk kwam dit integratieconcept opnieuw onder vuur te liggen. Allochtone woordvoerders vinden dat integratie gelijk staat aan assimilatie. Tegenwoordig zijn de begrippen ’respect voor verschillen’, ’diversiteit’, ’diversiteitsmanagement’ (een concept uit het bedrijfsleven) en ’maatschappelijke participatie’ populair.

Het verschil tussen integratie en participatie laat zich als volgt illustreren.

sriimg20051111_6233092_1 Als de Zwitserse filosoof Tariq Ramadan – sinds kort gasthoogleraar aan de Erasmus Universiteit Rotterdam – het heeft over participatie, dan bedoelt hij niet dat een moslim een gemengd zwembad moet bezoeken om te participeren in sport. Dat zou namelijk integratie zijn. Participatie is dat een moslim naar een apart zwemuurtje voor allochtone mannen gaat, zoals dit in oktober 2006 voor het eerst gebeurde in het Eindhovense Ir. Ottenbad – op verzoek van een groepje moslims dat alleen, zonder vrouwen, van het zwembad gebruik wilde maken. Gescheiden zwemmen naar sekse komt natuurlijk in Nederland al veel langer voor. Maar in Engeland wordt ook al een tijdje, behalve gescheiden naar sekse, gescheiden gezwommen naar religie. Niet-moslims mogen dan het zwembad niet in. Dat is waartoe het veelgeprezen begrip participatie leidt: tot alles behalve integratie.


islamic_swimsuit_chick2
Islamitisch badpak



Het gemiddelde opleidingsniveau van niet-westerse allochtonen is de afgelopen vijftien jaar weliswaar gestegen, maar nog steeds heeft volgens het Sociaal en Cultureel Planbureau tweederde van alle Turkse en Marokkaanse vrouwen tot 64 jaar hooguit basisonderwijs genoten. Een deel van hen is zelfs nooit naar school geweest.

Ook wat werk betreft is de achterstand nog groot. Van de Turkse en Marokkaanse vrouwen heeft rond dertig procent een betaalde baan, tegen 58 procent van de Surinaamse, en 56 procent van de autochtone vrouwen.

Toch ligt het grootste probleem niet hier, maar op het terrein van de levensbeschouwing. De jongere generaties, wat taal en onderwijs betreft duidelijk dichter tot de Nederlandse maatschappij genaderd dan hun ouders, lijken zich steeds verder te verwijderen van het Westen. Opleiding en werk hebben dus niet automatisch geleid tot méér integratie, zoals de optimisten destijds dachten.

België (Small)

Steeds vaker kiezen jongeren voor een streng-islamitische leefwijze, waarbij het hele bestaan georganiseerd dient te worden volgens religieuze dogma’s. Hun mondigheid gebruiken ze vooral om van de Nederlandse samenleving ruimte te eisen voor hun dogmatische keuzes – terwijl die samenleving zelf sterk is geseculariseerd en weinig binding meer heeft met een door godsdienst gedomineerde leefwijze.

_burka_31195hDe islamisering van samenlevingen waarin veel moslims wonen, is een wereldwijde trend. En ze gaat hand in hand met de wereldwijde explosie van islamitisch terrorisme.





Vaak protesteren mensen tegen de term ’islamitisch terrorisme’. Het ene, denken velen, heeft niets met het andere te maken. De woordcombinatie trekt vermoedelijk te zeer een wissel op hét ideaal van de autochtone Nederlander, datgene waarmee hij zich het liefste identificeert: tolerantie.

Aboujahjah (Small)


Tolerantie is in de Nederlandse traditie krachtig verbonden met de vrijheid van godsdienst.
Eeuwenlange godsdienstoorlogen in Europa hebben de overtuiging versterkt dat vrijheid van godsdienst de beste garantie is voor vrede en veiligheid.
Alle geloven wordt dezelfde rechten en dezelfde ruimte gegund.

Vandaar dat nog geen kwarteeuw na de komst van de eerste moslimgezinnen naar Nederland, de islam al volledig is geïnstitutionaliseerd.
Moslims beschikken over een complete infrastructuur van moskeeën, welzijnsorganisaties, winkels, scholen en media.



In veel Europese landen, waaronder Nederland, is de islam inmiddels de op een na grootste religie – dankzij de immigratie en de hoge geboortecijfers aan de ene, en de ontkerkeling aan de andere kant. Demografische scenario’s, hoewel ze onderling veel verschillen, voorspellen dat de moslimpopulatie over veertig jaar sterk toeneemt. (Volgens het ene draaiboek zal in 2040 de helft van de stedelijke bevolking uit westerse en niet-westerse migranten bestaan. Volgens het andere zal dan één op de drie Nederlanders een niet-westerse allochtoon zijn.)

Willen wij de westerse beschaving, de democratische rechtsorde en de idealen van de Verlichting veiligstellen, dan is het zaak om op deze scenario’s te anticiperen. Dat is vooral van belang omdat de huidige situatie zich duidelijk ontwikkelt in de richting van de ultra-orthodoxe ’zuivere islam’.

Eigenlijk is dit een versluierende benaming voor het salafisme of wahabisme – de onverdraagzaamste vorm van de islam. Het is een richting die de terugkeer propageert naar de ’zuivere’ idealen uit de tijd van de Profeet, voordat de islam vervuild werd door allerlei ’moderne’ invloeden.

Vanuit Saoedi-Arabië wordt veel geld geïnvesteerd in Europa, zodat ook moslimjongeren hier in aanraking komen met het salafisme en zich er loyaal aan gaan voelen. Hetzelfde gebeurt in de Verenigde Staten, Indonesië, op de Filippijnen, en in de voormalige Russische republieken.

Als dit zo doorgaat, dan kan dit despotische land over een kleine veertig jaar rekenen op een enorme macht. Het beschikt dan over de loyaliteit van een groot deel van de Aziatische, Afrikaanse en westerse bevolking, inclusief een derde van de Nederlanders. Dankij onze tolerantie en de godsdienstvrijheid is hier immers alle ruimte voor het wahabisme.

Met dit perspectief in het achterhoofd wordt het ineens duidelijk waarom de islam in Nederland niet alleen een zaak is van de moslims zelf, maar van iedereen.

Tenminste, als wij niet willen dat er in 2050 nog steeds islamitische taxichauffeurs zijn die bij het Amsterdamse Centraal Station blinden en slechtzienden weigeren vanwege hun geleidehond (een hond is onrein voor moslims). Of dat islamitische jongeren nog steeds geschiedenislessen verstoren als de Tweede Wereldoorlog aan de beurt is. Of dat ze nog steeds Joden met keppeltjes op straat bespugen. Of dat ze nog steeds de ruiten van homokroegen ingooien.

platre

Volgens Spinoza ligt de grens van de tolerantie bij handelingen die een bedreiging vormen voor de veiligheid en het voortbestaan van de staat. De huidige aanhangers van een grenzeloze tolerantie vergeten nogal eens dat het oproepen tot een heilige oorlog tegen ongelovigen, tot het slaan van vrouwen of het vermoorden van homoseksuelen óók handelingen zijn. Zo’n oproep gaat een stapje verder dan denken en spreken. Dit erkent het Nederlandse strafrecht ook. Het aanzetten tot geweld is strafbaar volgens artikel 137.

Interessant in dit verband is een vergelijking tussen Spanje en Nederland.
In 2004 werd de Spaanse imam Mohammed Kamal Mustafa veroordeeld tot een celstraf van een jaar en drie maanden.
In een boekje had hij duidelijk gemaakt hoe mannen hun vrouw het beste kunnen bestraffen als zij ongehoorzaam is. Hij adviseerde zijn gelovigen haar in dat geval “op handen en voeten te slaan met een lichte stok die geen littekens of kneuzingen achterlaat”.

Ook in Nederland was er in 2002 enige opschudding rond de Haagse sjeik Fawaz Jneid. Hij preekte dat het corrigerend slaan van vrouwen is toegestaan, zolang de man maar niet te hard sloeg. Het leidde niet tot strafvervolging, en zelfs niet tot het intrekken van zijn werkvergunning.


In Spanje waren het vrouwenrechtenorganisaties die de zaak tegen imam Kamal Mustafa aanspanden. In Nederland keken veel feministen liever de andere kant op. Het is trouwens de vraag of een dergelijke zaak hier ooit tot een veroordeling zal leiden. De Nederlandse rechtspraak geeft bijna altijd de voorrang aan de vrijheid van godsdienst boven antidiscriminatiebepalingen.

In december 2001 werd de Rotterdamse imam El-Moumni van moskee An-Nasr aangeklaagd door negenenveertig individuen en organisaties vanwege uitlatingen in ’Nova’.
elmoumniDaarin had hij gezegd dat homoseksualiteit een besmettelijke ziekte was en dat Europeanen lager stonden dan honden en varkens omdat ze homo’s toestonden met elkaar te trouwen – uitspraken die hem in conflict brachten met Pim Fortuyn. De aanklacht was gebaseerd op de ’haatzaaibepaling’ uit artikel 137.
Op 4 april 2002 kreeg de imam vrijspraak, en ook in hoger beroep won hij de zaak.



Hoewel de rechtbank zijn uitlatingen in principe discriminerend vond, waren ze toegestaan op grond van de vrijheid van godsdienst. De imam had zijn uitspraken immers gebaseerd op de Koran en andere heilige geschriften. (Bij zijn vertrek uit Nederland in juni 2006 verklaarde El-Moumni overigens dat hij ten tijde van het gewraakte interview veel steunbetuigingen had ontvangen van christelijke docenten en de kerken.)


Zie hier de grote paradox. Allah, maar ook auteurs als Al-Buchari en Muslim, wiens teksten moslims als heilig zien, mogen kennelijk naar hartelust discrimineren.

Het verschil tussen de rechtspraak hier en in Spanje ligt in de onaantastbaarheid die Nederland toekent aan Gods geschriften. Zijn werken staan boven de wet – terwijl maar een deel van de bevolking gelooft dat de geschriften werkelijk van Gods hand zijn of dat Hij überhaupt bestaat. Spanje is een gelovig land. Toch zijn ze daar heel best in staat om een zogenaamd heilige tekst te beoordelen op inhoud. Ook de Spaanse imam had zich verdedigd met de stelling dat zijn aanbevelingen niet stoelden op zijn persoonlijke visie, maar op de bronnen van de islam. Het mocht hem niet baten.

europe_geant

De implicaties van de rechterlijke uitspraak in de zaak-El-Moumni zijn verstrekkend. Die houden in dat niemand in Nederland veroordeeld kan worden wegens haatzaaien of aanzetten tot moord, zolang hij zich baseert op een heilig geschrift. Terwijl dezelfde uitspraken, geciteerd uit een gewoon boek of door de auteur zelf bedacht, wel tot veroordeling kunnen leiden.

De tolerantie en de vrijheid van godsdienst, aanvankelijk bedacht om discriminatie jegens andersgelovigen te voorkomen, zijn zelf verworden tot een legitimatie van discriminatie.

Van de Nederlandse rechtspraak hoeven we geen vonnis verwachten zoals dat van het Britse hof, dat in februari 2003 imam El-Faisal van de Brixton-moskee veroordeelde. Volgens de uitspraak riep hij op tot moord op hindoes, Joden en Amerikanen. Ook werd hij schuldig bevonden aan aanzetten tot haat jegens niet-moslims. Ook deze imam had met gemak al zijn uitspraken kunnen herleiden tot de Koran en de overleveringen. Als korankenner heeft hij dit vast ook gedaan. Terecht zei een van zijn aanhangers buiten de rechtbank: “Als hij wordt veroordeeld, is dat ook een veroordeling van de Koran.” (De imam had trouwens ook nog geprobeerd de rechter met 50.000 pond om te kopen, meldde Scotland Yard.)

voter

Dit zijn de uitersten waartussen Nederland, net als heel Europa, laveert: enerzijds bescherming van de heilige teksten, en anderzijds bescherming van de eigen bevolking tegen de kwalen, afkomstig uit diezelfde heilige teksten. De Nederlandse rechtspraak heeft gekozen voor de Koran. Die heeft hij heilig verklaard en boven de wet getild. Terwijl we in een seculiere staat leven, staat het geloof de facto toch boven de wet.

Als je de vonnissen van twee Nederlandse rechtszaken naast elkaar legt, is dit althans de enige conclusie die je kunt trekken. In 2005 werd Ayaan Hirsi Ali beschuldigd van discriminatie, net als imam El-Moumni in 2002. De rechter vond dat haar uitspraken niet discriminerend waren geweest jegens moslims. Maar hij waarschuwde haar dat ze op het randje zat en dat ze in de toekomst moest opletten.

De uitlatingen van El-Moumni vond de rechter wél discriminerend. Maar omdat de imam slechts God citeerde, ging hij vrijuit.

Persoonlijk vraag ik mij af of de meerderheid van de Nederlandse bevolking het ermee eens is dat de vrijheid van geloof hoger staat dan alle andere vrijheden en rechten.

Door deze vonnissen zou je bijna denken dat rechters hier allemaal diepgelovig zijn. In feite is het tegendeel waar.
Vanuit de diepgewortelde minachting van de ongelovige voor God, legt de rechter de lat van de beschaving bij de mens veel hoger. De rechter verwacht van een gewone sterveling meer verantwoordelijkheidsbesef en verdraagzaamheid dan van de Auteur die de heilige teksten schrijft.


De gedachtengang van de ongelovige rechter lijkt te zijn: God schreef Zijn proza lang geleden, toen de hoge idealen van gelijkheid en verdraagzaamheid nog niet gemeengoed waren. Wat wist Hij destijds van de Verlichtingsideeën waarop wij tegenwoordig onze rechtspraak baseren? We moeten het God dus niet al te kwalijk nemen.

De bevolking van Europa lijkt langzaam haar geloof in tolerantie en verdraagzaamheid kwijt te raken. De eerst verantwoordelijken daarvoor zijn natuurlijk de onverdraagzamen zelf – vaker te vinden onder de gelovigen, en nog vaker onder moslims. Net als de rechters, vinden gelovigen dat God mag discrimineren, haatzaaien en tot geweld oproepen.

Sommigen geven daadwerkelijk gehoor aan Zijn oproepen, anderen houden het op morele steun of zwijgende instemming. Tegelijkertijd willen zij allemaal profiteren van de tolerantie en verdraagzaamheid die de westerse, seculiere wetten hun bieden.

Dat is op zichzelf niet verkeerd. Wel verkeerd is als zij zich vervolgens niet loyaal scharen achter dezelfde beschaving die deze verworvenheden mogelijk heeft gemaakt.

Om de tolerantie te redden van de totale teloorgang moeten rechters en wetgevers God niet meer de hand boven het hoofd blijven houden. Als auteur zou Hij dezelfde behandeling moeten krijgen als ieder ander, zodat diegenen die zich achter Zijn teksten verschuilen niet langer bevoorrecht worden boven anderen.

Laat God toch zichzelf beschermen. En schaf de discriminatie tussen godsdienstige en niet-godsdienstige teksten af.


carte_islam2
Kaart islam -


Nahed Selim is Egyptische en arriveerde op haar twintigste in Nederland. Zij is tolk en publiciste. Onlangs ontving zij de Harriët Freezer-ring van het maandblad Opzij. Bij uitgeverij Houtekiet verscheen haar nieuwe essaybundel ’Allah houdt niet van vrouwen’.

Lees ook: http://www.coranix.com/100/index.htm

00:16 Gepost door Janice Laureyssens in Algemeen | Permalink |  Facebook |

Commentaren

Het enige dat ik vraag van de auteur, is dat er wetenschappelijk of statistisch bewijs wordt gegeven voor de vooroordelen [zolang er geen bewijs wordt gegeven, blijven het vooroordelen] over de islam.

Ik weet bijvoorbeeld dat het enige onderzoek in Nederland dat de incidentie van huiselijk geweld vergelijkt tussen autochtonen en allochtonen, tot de conclusie kwam dat 45% van de autochtone vrouwen ermee in aanraking was gekomen, en maar 25% van de allochtone vrouwen.

Dit onderzoek is in opdracht van het Ministerie van Justitie gedaan en kan via Google gevonden worden. Het suggereert dat het vooroordeel "moslims slaan hun vrouw vaker dan niet-moslims" blijkbaar een fictie is.

Men zou zo'n zware beschuldiging eerst wetenschappelijk moeten toetsen, en als er geen bewijs te vinden is, of als het tegendeel bewezen is, dan moet men die beschuldiging niet doen, want dan kan men terecht voor een haatzaaier of volksmenner worden uitgemaakt.

Gepost door: Jeroen | 03-02-07

De commentaren zijn gesloten.