25-06-08

Deel II - Bath Ye'Or en Eurabia

Deel II - Auteur: Marc Joris

Verraden voor olie

Op het eerste gezicht lijkt het ondenkbaar dat onafhankelijke staten zo'n capitulatieverdrag zouden aanvaarden. In het verleden slikte men zo'n vernederende voorwaarden alleen als men een oorlog verloren had.

Men zou denken dat zèlfs de laffe en ruggengraatloze Europese politieke kaste zich nooit zo zou laten vernederen. Maar project Eurabia was een rechtstreeks gevolg van de olieboycot en de productiebeperkingen die de OPEC in 1973 had doorgevoerd.
De boycot was vooral gericht tegen de Verenigde Staten, Nederland en Denemarken. Dat klinkt niet zo verschrikkelijk. Maar het leeuwendeel van de Europese olie werd wel via Nederlandse havens ingevoerd.

De Arabische landen verhoogden bovendien de olieprijs met 70% en verminderden de olieproductie elke maand met 5%, zodat de olieprijs per vat explosief steeg. De Europese landen waren volkomen in paniek. Ze waren tot alles bereid om weer ongehinderd olie te kunnen importeren. Zelfs tot het uitverkopen van hun eigen vaderland.

Zij onderwierpen zich volledig aan de Arabische dictaten.
In enkele jaren tijd maakte hun buitenlandse beleid een revolutionaire bocht. Op bevel van de Arabische oliestaten keerde Europa zich tegen Israël en tegen de Verenigde Staten – en dat op een moment dat de Europese landen voor hun verdediging tegen de Sovjets nog volledig afhankelijk waren van diezelfde Verenigde Staten. Natuurlijk deed men dat niet voor de Palestijnen. Dat was maar oogverblinding, om het verraad een moreel aanvaardbaar tintje te geven. Men deed het alleen voor de olie.

Logische verklaringen

Lijkt dat allemaal te ver gezocht? Doet het te veel denken aan de internationale complotten zoals die beschreven worden in De Protocollen van de Wijzen van Zion of De Da Vinci Code?

Toch biedt het een logische verklaring voor een hele reeks politieke ontwikkelingen die anders volkomen onbegrijpelijk lijken. Ik zal later in detail ingaan op een aantal culturele, religieuze en politieke sleutelelementen uit het project Eurabia. Ik geef hier slechts enkele voorbeelden in vogelvlucht.

Frankrijk handhaafde al sinds 1967 een strikt wapenembargo tegen Israël. Maar het verkocht daarna twee decennia lang wel alle soorten wapentuig aan Arabische landen, zelfs aan de geduchtste terreurstaten van die tijd: Irak en Libië.

Irak kreeg zelfs een speciale kernreactor die op hoogverrijkt uranium werkte en dus uiterst geschikt was voor de productie van splijtstof voor atoomwapens. Frankrijk is atypisch, omdat het de facto bondgenootschap met de Arabische wereld daar al van vóór de oliecrisis dateert.
Maar in àlle andere landen van Europese Gemeenschap was 1973 het scharnierjaar. Vanaf dan begint de verheerlijking van de islam en de Arabische cultuur in de media, de scholen en de universiteiten. Vanaf dan begint men een terreurorganisatie als de PLO te behandelen als een legitieme regering van een echte staat.

Vanaf dan worden de Europese arabisten en islamologen aan de universiteiten geleidelijk vervangen door Arabieren. (red. ook professor Vermeulen werd ondertussen vervangen door een Arabier)

Vanaf dan wordt de islam als officiële godsdienst erkend op voet van gelijkheid met het christendom En de gastarbeiders krijgen recht op gezinshereniging, zodat de tijdelijke gastarbeid omgevormd wordt tot een permanente bevolkingsmigratie.

Gezinshereniging

Vooral dat laatste feit is bijzonder veelzeggend. Het ronselen van gastarbeiders in jaren ’50 en ’60 was natuurlijk nog geen onderdeel van een plan om massaal moslims in Europa te laten immigreren.
Men moet geen complotten zoeken waar er geen zijn: hier speelden alleen economische belangen: in de jaren van hoogconjunctuur en schaarste op de arbeidsmarkt had men dringend goedkope ongeschoolde arbeidskrachten nodig.
Maar die arbeiders kwamen meestal alleen, zonder hun gezinnen. En na afloop van hun contract gingen zij weer naar huis, met een flinke smak geld op zak. Zelfs de thuislanden van die gastarbeiders konden een graantje meepikken van de deviezen die de gastarbeiders meebrachten of naar huis stuurden. Het was een onsympathiek systeem, maar de maatschappelijke schade bleef beperkt.

Men kan echter geen enkel economisch motief bedenken voor de beslissing om in de jaren nà 1973 die gastarbeiders het recht op gezinshereniging toe te staan. Met de oliecrisis was ook de economische recessie begonnen. Er was geen behoefte meer aan buitenlandse arbeiders. Integendeel, het grote probleem van die jaren was de werkloosheid. Het zou toen logisch zijn geweest de gastarbeiders uit de islamitische landen terug naar huis te sturen, eventueel met een mooie gouden handdruk. Het zou veel rampzalige problemen voorkomen hebben.
En de gastarbeiders zelf zouden daar ook geen drama van gemaakt hebben. Zij hadden er nooit echt op gerekend voor altijd in Europa te blijven. De meesten droomden er toen nog van met hun eerlijk verdiende geld een huisje te bouwen of een winkeltje te beginnen in hun thuisland. Maar toch negeerden de politici al die redelijke en logische argumenten.

Kort na 1973 voerden zij toch de gezinshereniging in, zogezegd om “sanitaire redenen”. Men bedoelde daarmee dat de gastarbeiders anders naar bordelen zouden gaan, en dat het dus beter was dat zij vrouw en kinderen lieten overkomen. Komaan!

De Belgische politici die tussen de partouzes door plots bekommerd zijn om de zedelijkheid van de arbeiders! Hoe hebben we ooit zo’n dwaas excuus kunnen geloven?

We hadden toen al moeten beseffen dat achter die vrome uitvlucht een ander, minder nobel motief moest schuilgaan. Dank zij de onthullingen van Bat Ye’or weten we nu dat die schijnbaar absurde maatregel werd doorgevoerd op bevel van de Arabische staten, als onderdeel van een heel pakket toegevingen in ruil voor gegarandeerde olieleveringen.


Natuurkrachten

Politici hebben de slechte gewoonte de onaangename en onpopulaire gevolgen van hun beleid voor te stellen als onafwendbare natuurrampen, waaraan niemand iets kan verhelpen, zijzelf nog het minst. Dat geldt ook voor immigratie.

Zij proberen ons te laten geloven dat immigratiegolven even oncontroleerbaar zijn als aardbevingen, wervelwinden of inslaande meteorieten, dat ze “van alle tijden zijn” en dat we er maar het beste van moeten proberen te maken.
Zij stellen immigratie voor als een soort natuurkracht, die mensen uit arme landen naar rijke landen doet stromen, een beweging van eb en vloed waarvoor niemand echt verantwoordelijk is.
Dat is natuurlijk onzin.
Dat leugenachtige discours dient alleen om het verraad van de Eurabische politieke kaste te camoufleren. Immigratie is mensenwerk. Het is het gevolg van beleidsdaden en politieke beslissingen, niet van blinde natuurkrachten. En één van die beleidsdaden, de meest nutteloze en de meest vèrstrekkende, was de invoering van het recht op gezinshereniging.


Dictatoriale bureaucratie

Het project Eurabia was niet echt geheim.
Er is nooit veel ruchtbaarheid aan gegeven, maar men heeft evenmin veel moeite gedaan om het voor het grote publiek verborgen te houden. Men rekende er klaarblijkelijk op dat de structuren van de Europese Gemeenschap en later de Europese Unie zo ondoorzichtig en zo hermetisch waren, dat niemand dat project aan de grote klok zou hangen.

Maar de lobbygroepen en parlementaire comités vergaderden, onderhandelden en publiceerden niet in het geheim. Ze werkten gewoon binnen de Europese structuren in Brussel en Straatsburg.

Enkele van de belangrijkste groepen zijn de Euro-Meditterranean Study Commission, de Facility for Euro-Mediterranean Investment & Partnership, het European Institue for Research on Mediterranean and Euro-Arab Co-operation en vooral de Parliamentary Association for Euro-Arab Cooperation.

Het European Committee for Coordination of Friendship Associations with the Arab World gaf in jaren ’70 zelfs een tijdschrift uit met de titel Eurabia.

Al die commissies en comités zullen met de hand op het hypocriete hart beweren dat zij geen geheime genootschappen zijn en dat zij in het volle licht van de openbaarheid werken. Formeel gezien is dat juist.
Maar had U ooit van één van die groepen gehoord? Had U er ooit een rapport of een beginselverklaring van gelezen?

Ik volg de politieke ontwikkelingen met een meer dan gemiddelde belangstelling, zowel privé als professioneel, maar vóór ik de boeken van Bat Ye’or las, kende ik niet één van die comités.
Nochtans hebben zij hun stempel gedrukt op de Europese buitenlandse politiek tegenover Israël, de Arabische wereld en de Verenigde Staten.

Zij hebben het immigratiebeleid uitgestippeld dat nu in snel tempo leidt tot de islamisering en de balkanisering van Europa.
Dat was de grootste en meest catastrofale koerswijzing uit de Europese geschiedenis van de voorbij duizend jaar. Maar niemand wist ervan.

Hun beleid is nooit de inzet geweest van verkiezingen, er is nooit een referendum over gehouden, er is zelfs twintig jaar lang nooit een ernstig maatschappelijk debat over geweest. Het werd allemaal beslist over de hoofden van de burgers heen, buiten de normale democratische besluitvorming om. Zelfs de nationale parlementen waren er nauwelijks bij betrokken. Het werd top down vanuit Europa aan de nationale staten opgedrongen. In dat opzicht zijn de onthullingen van Bat Ye’or vernietigend voor het gebrek aan transparantie en democratische controle van de structuren in het politieke Europa. Dat is alleen in naam democratisch. In werkelijkheid is het een bureaucratie naar Sovjetmodel, een autocratisch keizerrijk geleid door verraders die onze vaderlanden en onze beschaving verkocht hebben in ruil voor olie.


14:35 Gepost door Janice Laureyssens in Algemeen | Permalink |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.