13-02-10

De boodschapper is weer een racist!

De boodschapper is weer een racist
12-02-2010 - - de standaard

Waarom heeft een deel van de linkerzijde het toch zo moeilijk om te spreken over het elementaire recht op lijfsbehoud en veiligheid?

LUCKAS VANDER TAELEN wil wantoestanden aan de kaak kunnen stellen zonder racisme verweten te worden.

De problemen in Brussel zijn nog niet achter de rug: gisteren werd een Nederlandse cameraploeg overvallen in Kuregem. Ze hadden net gefilmd hoe jongeren een arrestant bevrijdden uit de handen van de politie. Toen een journalist van de krant Het Laatste Nieuws vorige week de Molenbeekse burgemeester Philippe Moureaux (PS) confronteerde met de bedenkingen die ik in een opiniestuk (DS 28 januari) had geformuleerd bij de verhuizing om veiligheidsredenen van een school uit Anderlecht en daaraan de bedenking koppelde dat ook linkse politici dit debat niet langer schuwen, merkte hij fijntjes op dat ik niet misschien niet langer 'als een links politicus beschouwd kan worden'. Het is de bekende techniek van verdachtmaking van de boodschapper om de boodschap te negeren.

Waarom heeft een deel van de linkerzijde het toch zo moeilijk om te spreken over het elementaire recht op lijfsbehoud en veiligheid? Het is opvallend hoezeer links al te vaak blijft vastzitten in de vertrouwde mantra's over de noodzaak van beter onderwijs, minder discriminatie en meer werk. Dat zijn zonder enige twijfel dringend noodzakelijke voorwaarden om de Brusselse problemen aan te pakken. Maar dit besef mag niet tot gevolg hebben dat links enkel deze elementen inbrengt bij het debat over onveiligheid en overlast in Brussel of erger nog: het ontkent of minimaliseert.

De Leuvense sociologe Nadia Fadil wil het in een opiniestuk in Le Soir(11 februari) zelfs niet hebben over 'onveiligheid'. Ze heeft het liever over een 'onveiligheidsgevoel' dat ze beschrijft als een 'heilige mythe', waarover geen rationeel debat meer mogelijk is. Volgens haar heeft onze maatschappij een onveiligheidsgevoel nodig om het niet over de ware problemen te moeten hebben: praten over veiligheid moet gezien worden 'in de context van het geavanceerde kapitalisme' waar de onzekerheid steeds groter wordt. Politici staan machteloos tegenover afdankingen en gaan daarom focussen op 'de zwakste bevolkingsgroepen om hun autoriteit te laten gelden'.

Het reële probleem van de onveiligheid als een subjectief gevoel afdoen en het reduceren tot een functionele mythe die de heersende klasse gebruikt om haar onmacht te verbergen: het is een traditionele marxistische analyse die hoogstwaarschijnlijk in politiek correct denkende kringen op applaus zal onthaald worden, maar die geen enkel nieuw antwoord biedt voor wie een oplossing zoekt voor het Brussels veiligheidsprobleem.

Onlangs werd ik aangesproken door iemand die mij met weinig zin voor nuance meteen catalogeerde bij de rechterzijde. Hij zei wel te begrijpen dat ik criminaliteit aanklaagde, maar verweet me eenzijdigheid. Ik zou bepaalde groepen in Brussel 'gestigmatiseerd' hebben door het onder meer te hebben over het onverdraagzame machismo van bepaalde Maghrebijnse jongeren. En daarom was ik dus een racist.

Blijkbaar is het benoemen van een probleem al voldoende om in de extreemrechtse hoek geduwd te worden. Dat jonge vrouwen in bepaalde wijken van Brussel geen rok meer durven te dragen en dagelijks voor hoer worden uitgescholden, dat wordt geminimaliseerd door dit soort weldenkende mannen. Als uitleg krijg je dan vaak te horen dat de linkerzijde zich niet mag laten verleiden tot 'etnocentrisme' en bijvoorbeeld ons idee over gelijkheid tussen man en vrouw niet mag 'opdringen'. Aandringen op integratie wordt afgedaan als een toegeven aan een 'beschavingsmachine' die cultuurverschillen uitvlakt, zoals publicist Ico Maly dat noemt. Culturele verschillen zijn er nu eenmaal en we mogen vooral onze cultuur niet boven die van anderen willen stellen. Dat bij dit 'cultuurrelativisme' waarden sneuvelen waarvoor lang gestreden is, moeten we er maar bijnemen.

De Franse journaliste Caroline Fourest verklaart die neiging van sommige linkse politici om bepaalde onaanvaardbare aspecten van het fundamentalisme toch te aanvaarden als een gevolg van 'de obscurantistische verleiding'. Het strenge denkkader van dat fundamentalisme leunt aan bij de marxistisch-leninistische rigiditeit van revolutionaire bewegingen waarin sommige linkse denkers politiek opgegroeid zijn en waarvan ze de sporen blijven dragen. Beide ideologieën hebben gemeen dat ze dat ze simplistische analyses maken van grote problemen. Fundamentalisten geloven dat bekering tot het juiste geloof voor een betere wereld zal zorgen. Extreemlinksen zien alle maatschappelijke tegenstellingen als een uiting van de klassenstrijd tussen onderdrukkers en onderdrukten. Dus kan het Brussels geweld enkel verklaard worden in dit soort termen en is alles wat naar politie ruikt deel van het repressieapparaat van de vermaledijde bourgeoisie. Ik denk dat dergelijke analyses in 2010 enigszins achterhaald zijn.

De onvermijdelijke evolutie naar een multiculturele maatschappij hoeft niet te betekenen dat wij niet langer moeten verdedigen wat wijzelf belangrijk vinden. Enige duidelijkheid op dit vlak zou ook voor opgroeiende jongeren afkomstig uit andere culturen een weldoende structurerende invloed kunnen hebben.

De wereld verandert elke dag; wat gisteren nog gold, is vandaag achterhaald. Links mag de historische fout niet maken om te blijven geloven in zijn eigen grote gelijk en moet zijn wereldbeeld durven aan te passen. Met het overboord gooien van principes heeft dit niets te maken, met geloofwaardigheid des te meer. Als links ook in de 21ste eeuw een politieke rol van betekenis wil spelen zal het aan zijn potentiële kiezers moeten tonen dat het beseft dat de tijd van de dogma's voorbij is.

14:56 Gepost door Janice Laureyssens in Algemeen | Permalink |  Facebook |

De commentaren zijn gesloten.